minotaurus-2In december 2008 schreef ik onderstaand artikel, gepubliceerd in het tijdschrift ‘Herademing’. Het is nog net zo actueel als toen, en misschien nog wel meer. Daarom publiceer ik het nu als blog. Meer dan ooit is ‘schaduwwerk’ nodig, individueel en collectief, en op een steeds dieper niveau. Laten we een voorbeeld nemen aan het meisje dat op bijgaande prent van Picasso met compassie en liefdevolle moed de Minotaurus uit het labyrint leidt, in plaats van hem te vermoorden, zoals Theseus dat deed.  Inmiddels is er ook het hartlabyrint… Optimisme is in wezen geen houding tegenover de situatie van het ogenblik, maar een levenskracht. Het is de kracht om te hopen als anderen het opgeven; de kracht het hoofd hoog te houden als alles fout schijnt te lopen; de kracht tegenslag te dragen; de kracht die nooit de toekomst laat aan de tegenstander maar haar opeist voor zichzelf. Dietrich Bonhoeffer

Thuiskomen op vreemde gronden

In de zomer van 2001 maakte ik kennis met het labyrint, of beter gezegd, met de eigentijdse toepassing daarvan. In de marges van een groot politicologen congres in San Francisco ontdekte ik de twee labyrinten binnen en buiten Grace Cathedral, de kathedraal op het hoogste punt van de stad. Spontaan liep ik het labyrint: het maakte een onuitwisbare indruk op me. Ik voelde in die tijd verdriet en boosheid over een verbroken vriendschap. Tijdens het lopen veranderde dat gevoel allengs in een diepe dankbaarheid dat die vriendschap evengoed wel had bestaan, en besefte ik mijn eigen aandeel in het mislukken ervan. Het labyrint is voor mij sindsdien een krachtig hulpmiddel geweest op mijn ‘weg naar binnen’. Loslaten, dankbaarheid, verwondering, relativering en liefde zijn daarbij kernthema’s gebleken. Het labyrint helpt me steeds weer bij de schouwing van mijn zelf, het naar-binnen-luisteren en naar-binnen-kijken, dat onderdeel uit maakt van iedere mystieke weg.

Mijn herinnering aan San Francisco in die zomer is echter minstens net zo sterk gestempeld door wat er gebeurde op het congres. Tijdens een discussie tussen politieke filosofen over de vraag welke grote 20e eeuwse theoretici over de politiek mee konden verhuizen naar de 21e eeuw, betoogde een van de discussianten dat het antwoord op deze vraag een criterium behoeft: wat zal het meest urgente politieke probleem van de 21e eeuw zijn? Zijn antwoord was luid en duidelijk: fanatisme. Twee weken later werd de profetische kracht van zijn woorden onderstreept met de vernietiging van de torens van het World Trade Centre in New York. Op het moment dat ik dit artikel schrijf, is de wereld opgeschrikt door de aanslagen in Londen en Sharm-el-Sjeik, en heeft Nederland net het proces tegen Mohammed B, de moordenaar van Theo van Gogh achter de rug. De vraag naar de wortels en de effecten van religieus en politiek fanatisme, en naar de beste remedies ertegen is inmiddels voer voor talloze commentatoren.

Voor mij is het de afgelopen vier jaar continu op betekenisvolle wijze parallel blijven lopen: aan de ene kant mijn weg door en mijn werk met het labyrint, aan de andere kant de schokkende toename van fanatisme, agressie en geweld, en de daarmee gepaard gaande verharding in de samenleving. Maar ook zie ik een toenemende stroom van initiatieven voor nieuwe vormen van interculturele en interreligieuze ontmoeting en dialoog. Op 11 september 2001 zat ik verlamd voor de televisie. Ik weet nog dat ik het als mijn persoonlijke ‘les’ zag dat ik mij niet in de greep van de angst en de wanhoop moest laten belanden. Eind maart 2003 ging ik opnieuw naar San Francisco – dit keer om een training te volgen in werken met het labyrint. Ik kwam er aan op de dag dat de oorlog in Irak begon, en leefde een paar dagen in een belegerde stad, vanwege de grote demonstraties tegen de oorlog. In een bijzondere droom bevrijdde ik me van de beklemmende greep van de angst, en zag ik mezelf vervolgend vanuit het donker naar het licht lopen. Het lopen van het labyrint hielp me om dit te laten landen en om een duurzaam vertrouwen te gaan voelen. Ik zal nooit vergeten dat ik ondanks alle ellende en spanningen om me heen een diepe blijdschap en vreugde voelde: een soort thuiskomen op vreemde gronden.

Het labyrint: een uitweg uit de angst?

Hoe kan het dat juist het labyrint een uitweg kan bieden uit de greep van de angst? In het dagelijkse taalgebruik wordt het labyrint immers meestal gekoppeld aan angst. In de beroemde roman van Umberto Eco ‘In de naam van de roos’ moeten de monnik William en zijn leerling om de geheime bibliotheek in de Middeleeuwse abdij te bereiken zich een weg banen door een duizelingwekkend labyrint. In de bibliotheek is een nooit gepubliceerd manuscript van Aristoteles verborgen over het belang van humor. Eco laat broeder Jorge, de bibliothecaris van de abdij, zeggen dat humor taboe hoort te zijn, omdat ware religie gebaseerd is op angst. Het angstwekkende labyrint moet de zoeker naar het ‘boek van de humor’ afweren. Ook nu nog wordt een labyrint inderdaad meestal gezien als een plaats waar je al snel zult verdwalen, en waar je dus maar beter niet in kunt gaan. Het risico is te groot dat je de weg en daarmee je zelf kwijt raakt, zo lijkt het.

De associatie van het labyrint met angst heeft zijn intree gedaan in de Westerse cultuurgeschiedenis met de mythe van Theseus, Ariadne en de Minotaurus. In dit verhaal heeft koning Minos van Kreta onder zijn paleis met behulp van de Atheense architect Daedalos een labyrintische gevangenis gebouwd, waarin de Minotaurus is opgesloten: een monsterlijk wezen dat half mens, half stier is. Iedere negen jaar worden aan hem zeven jonge knapen en meisjes uit het schatplichtige Athene geofferd. De Atheense held Theseus heeft zich als vrijwilliger opgeworpen om het donkere labyrint in te gaan om de Minotaurus te verslaan. Ariadne, de dochter van Minos, is op slag verliefd geraakt op Theseus, en geeft hem een zwaard om de Minotaurus te verslaan, en een rode draad (de draad van de liefde) om de weg terug te vinden uit het labyrint. Hetgeen inderdaad geschiedt… Dit verhaal is op allerlei manieren verteld en verbeeld in de Westerse literatuur en kunst. De strijd tussen Theseus en de Minotaurus heeft zelfs ‘model’ gestaan voor de strijd tussen Jezus en de Satan, waarmee het de verbeelding ging vormen van de uiteindelijke strijd tussen goed en kwaad.

Zelf ging ik vraagtekens zetten bij het verhaal over Theseus toen ik me besefte dat je in het klassieke Kretenzische labyrint helemaal niet kunt verdwalen. Het is immers opgebouwd in de vorm van zeven concentrische cirkels en een pad dat vanzelf naar het midden voert. Waarom had Theseus een rode draad nodig, als hij helemaal niet kon verdwalen, zo vroeg ik me af? Om deze vraag te beantwoorden moeten we beseffen dat de mythe over Theseus, al speelt het verhaal dan op Kreta, een Atheense mythe was, zo rond 800 voor Christus door Homerus opgetekend. En dat niet alleen: het is ook een veroveringsmythe, een verhaal over de wijze waarop de Atheense staat Kreta aan zich heeft onderworpen en hoe daarmee de basis is gelegd voor de Griekse stadstaat. Een episch verhaal ook dat vertelt hoe de Griekse Goden hun heerschappij vestigden op de eilanden in de Aegeïsche Zee. In de Minoische cultuur, die aan de Griekse verovering vooraf ging, was Ariadne geen koningsdochter, maar een Godin. Zij was één van de gestaltes van de Grote Godin, de geefster en neemster van leven, en als zodanig de behoedster van wijsheid en liefde. Zij stond niet bij de ingang van het labyrint, zoals in de Griekse mythe, maar huisde in het centrum ervan. De ‘gang’ naar de Godin in het labyrint was onderdeel van oude inwijdingsrites, een manier waarop mensen zich in lang vervlogen tijden leerden te verhouden tot het mysterie van de cyclus leven-dood-leven en de overgang van de ziel.

Mededogen

In de patriarchale cultuur, die zich in onze streken heeft gevestigd, is die oorspronkelijke betekenis van het labyrint ondergesneeuwd geraakt. De mythologie van het labyrint heeft van het labyrint een doolhof gemaakt en heeft er een verhaal aan vastgeknoopt over angst en de overwinning daarvan via heldenmoed en het doden van de tegenstander. In de Minotaurus versloeg Theseus niet alleen de ‘ander’ van de Griekse cultuur, maar ook zijn eigen (monsterlijke) schaduw. In de oorspronkelijke cultuur van het labyrint lagen die kaarten anders. De donkere kanten van de mens maakten deel uit van wat men in de religieuze beleving moest verwerken en integreren. De Godin van het labyrint speelde daarin een voorname rol. Zij was een machtige Godin, want zij heerste over leven en dood, en over de verbinding tussen aarde, mens en kosmos. Het door haar bewaakte labyrint, dat vaak werd afgebeeld aan de ingang van grotten en dodensteden of bij water (bronnen, rivieren en kusten), was de verbinding tussen binnen en buiten, onder en boven, licht en duister, het hier-en-nu en het hiernamaals, het tijdelijke en het eeuwige. Door de Godin te vereren kon men haar goedgunstigheid afsmeken, en daarvoor was het nodig de donkere kanten in de eigen ziel onder ogen te zien.

Dit zien we bijvoorbeeld in het Sumerische verhaal van de Godin Inanna, heerseres van hemel en aarde. In deze mythe reist Inanna af naar de onderwereld om haar zuster Ereshkigal, de heerseres van het donker, te leren kennen en bij te staan na de dood van haar echtgenoot. Om haar te ontmoeten moet Inanna door zeven poorten, waar zij al haar rijkdommen en bekwaamheden moet achterlaten. Naakt aangekomen in de onderwereld veroordelen de rechters van het ‘Grote Daaronder’ haar ter dood. Maar uiteindelijk wordt zij gered door de God Enki, die haar, daartoe aangezet door haar trouwe bediende Ninshibur, te hulp schiet door empatische wezens naar beneden te sturen, die mee lijden en jammeren met het verlies van Ereshkigal. Zij aanvaardt die troost en wil haar dank betuigen: uiteindelijk brengt zij Inanna weer tot leven. Inanna kan terug naar de bovenwereld, en de hele episode stelt haar in staat om de cyclus tussen hemel, aarde en onderwereld, en dus tussen geboorte, dood en wedergeboorte in stand te houden.

In het verhaal van Inanna geeft het mededogen uiteindelijk de doorslag. De donkere kant van de ziel komt tot inkeer doordat ze mededogen ontmoet èn kan uiten. En mededogen herstelt op haar beurt verbroken verbindingen. Een hemelsbreed verschil met het verhaal van Theseus en de Minotaurus, waar de donkere kant ‘eenvoudigweg’ door de held van het verhaal wordt verslagen en omgebracht. De zeven poorten waar Inanna doorheen moest, komen terug in velerlei verhalen over de zeven wegen die de mens moet begaan om verlichting te bereiken of de zeven demonen, die men daarbij moet overwinnen. Zeven is altijd het getal van wijsheid, liefde en geestelijke perfectie geweest. Het getal is verbonden met Pallas Athene en met Sophia: Vrouwe Wijsheid die op haar zeven zuilen troont. Èn, niet te vergeten, met de Heilige Geest, die zeven keer zeven dagen na de Wederopstanding op de aarde neerdaalt. De ‘verbouwing’ van het labyrint naar een doolhof, en de verbinding aan angst en dood, is dan ook een fataal markeringpunt in de Westerse geschiedenis. Hiermee is in de vergetelheid geraakt dat het labyrint niet een plaats is waarin men de angst kan overwinnen door de tegenstander te doden, maar juist een (inwijdings)weg aanreikt die via mededogen en innerlijke transformatie naar wijsheid leidt.

In een labyrint vind je je weg

De nieuwe labyrintbeweging, zoals die zich momenteel op allerlei plaatsen op de wereld uit, pakt die oudere betekenis weer op en hult haar in een nieuw jasje. Zij stelt het verschil tussen doolhof en labyrint voorop en vat dit samen in het adagium: in een doolhof verlies je je weg, in een labyrint vind je je weg. Ze heeft het labyrint bevrijd van de oude last van de associatie met heldendom door het centrum van het labyrint leeg te laten. Het moderne labyrint bewerkstelligt een omslag van angst naar vertrouwen: doordat je wordt geleid door de weg, kan je je aan het labyrint toevertrouwen. Het labyrint is een veilige ruimte, waarin je allerlei verdrongen, vergeten of onvermoede kanten van jezelf kan tegenkomen en je daarmee verbinden. Het gaat niet zonder meer om de ‘mooie’ kanten van de geestelijke verlichting. Ook de lastige of ‘donkere’ kanten in de menselijke ziel, zoals wrok, afgunst, hebzucht, woede, schuld en schaamte kom je tegen op de weg naar binnen. Door die met compassie en liefde onder ogen te zien, kan je er ook afstand van nemen, en ruimte maken voor onderliggende gevoelens van verwondering, acceptatie, en dankbaarheid. Het lopen van een labyrint heeft een helend en transformerend effect. Ik heb dat gemerkt in mijn eigen ervaringen met het labyrint en ook in de workshops die ik begeleid in en over het labyrint. Het labyrint biedt mensen een (letterlijke) ondersteuning van hun geestelijke weg. Zonder dogma’s of opgelegde verwachtingen staat het hen bij om ieder hun eigen weg te vinde
De leegte in het centrum van het moderne labyrint kan worden gezien als symbool voor de innerlijke ruimte. Het is de ruimte waar we het Goddelijke kunnen ontmoeten, en waar we ons op de mystieke weg mee leren verbinden als we onze eigenmachtigheid gaan afleggen en de stilte gaan horen. Die lege vorm van het labyrint maakt het ook mogelijk dat er op de weg naar binnen veel kan gebeuren, en wel voor iedereen op de eigen manier. Iedereen heeft immers haar of zijn eigen weg te gaan. Het labyrint kan die werking ook hebben omdat het een universeel symbool en een oeroud archetype is. Het labyrint komt in vrijwel alle culturen en religies voor. Dwars door alle tijden en culturen heen heeft de spiraalvormigemicrokosmiscbeweging de verbinding tussen de mens en het goddelijke verbeeld. De cirkel is een universeel symbool van heelheid en heling. In het labyrint betreedt men letterlijk die ruimte, die dus niet alleen een veilige maar ook een heilige ruimte is. Ook zonder dat ze kennis hebben van die rijke geschiedenis worden mensen geraakt als ze de stap nemen om het labyrint binnen te gaan. Het is alsof ze zich daarmee verbinden met een oude wijsheid, die in hen sluimert en er op wacht om te ontwaken: dat is natuurlijk ook de werking van een archetype.

Het labyrint als weg naar vrede en verzoening

Het is denk niet toevallig dat het labyrint momenteel zo’n opvallende rentree maakt op het wereldtoneel. Veel mensen hebben behoefte aan vormen van spirituele groei die oude hokjes en scheidslijnen doorbreken of die een vernieuwend elan kunnen geven aan oude instituties. Het potentieel van het labyrint strekt hierbij veel verder dan dat van de individuele groei.Het aloude mystieke inzicht dat de mens een  ’afdruk’ van de macrokosmos is, heeft niets aan actualiteit ingeboet. Omdat het labyrint een symbool is van het mysterie van het leven, helpt het lopen ervan om weerstand te bieden aan de zuigende kracht van de cultuur van de angst en de dood die steeds weer (en nu in het bijzonder) de kop opsteekt. Als we ergens weerbaar tegen moeten zijn op dit moment is dat het wel: angst is immers een voedingsbodem voor afgrenzing, projectie en haat. Het leidt mensen er toe hun ellende te projecteren op de ‘ander’ en om geweld gerechtvaardigd te vinden om zichzelf en hun cultuur af te schermen en hun eigen gelijk te willen afdwingen. Door de weg naar binnen te gaan kunnen we ons trainen in weerbaarheid tegen de logica van dat soort mechanismen, en in een blijvende ontvankelijkheid voor de mogelijkheid van verzoening, compassie en liefde en het overbruggen van tegenstellingen.

Afbeelding 4Er zijn steeds meer voorbeelden van hoe het labyrint bewust wordt ingezet in dit proces. In Zuid Afrika heeft Clare Wilson een ontwerp gemaakt voor een verzoeningslabyrint, als bijdrage aan het proces van toenadering na de afschaffing van de apartheid. Na 11 september 2001 lag er in een kerk naast het WTC een labyrint, waar de nabestaanden en slachtoffers werden opgevangen. Bij de voorstellen voor een nieuwe inrichting van het WTC terrein was een ontwerp voor een labyrint met de namen van alle slachtoffers naast het pad gegraveerd. Bij het begin van de oorlog in Irak was het labyrint in Grace Cathedral permanent geopend voor een vredeswake. Bij de Brandon Universiteit in de Verenigde Staten ligt een labyrint met de symbolen van de grote wereldreligies erin verwerkt. Zelf heb ik een vredeslabyrint gemaakt, waarin de lopers zich met een aantal belangrijke waarden rond vrijheid en vrede kunnen verbinden. Het werd voor het eerst gebruikt op 05-05-05 in Amsterdam, bij een door de Amsterdamse Raad van Kerken georganiseerde herdenking van 60 jaar bevrijding. Het is mijn hoop dat het labyrint op deze manieren kan bijdragen aan de zoektocht naar nieuwe, creatieve vormen van samenleven in verschil. De kerken kunnen hieraan bijdragen door te blijven zoeken naar manieren waarop de vreedzame en verbindende kanten van religie blijvend tot hun recht kunnen komen. Het labyrint kan daarbij behulpzaam zijn: het wijst een weg waarop we optimistisch kunnen blijven omdat we ons gevoed weten door de kracht van de Bron. Het is, zoals het citaat van Bonhoeffer aanduidt, een kracht die nooit de toekomst laat aan de tegenstander maar haar opeist voor zichzelf.

Literatuur

  1. Artress, Walking a Sacred Path. Rediscovering the Labyrinth as a Spiritual Tool. Riverhead Books, New York 1995.
  2. Baken. De weg van Inanna. Van Halewyck, Leuven 1999.
  3. Bonhoeffer, Een woord voor elke dag. Ten Have, Baarn 2003.
Delen…Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn